C. Switchinstellingen

  • Over het algemeen raden we het gebruik van het Spanning Tree Protocol (zie Wikipedia) aan op uw switches. Als Spanning Tree is ingeschakeld, moet er voor worden gezorgd dat de poorten waarop u telefoons of soortgelijke apparaten aansluit, correct zijn geconfigureerd. Afhankelijk van de fabrikant van de switch en de firmware wordt de aanbevolen optie 'PortFast' of 'Edge Mode' genoemd. Deze optie zorgt ervoor dat een verbonden toestel onmiddellijk een verbinding krijgt en niet zoals gebruikelijk bij Spanning Tree eerst gedurende 30 seconden o.i.d. wordt geblokkeerd. Een lastafhankelijke Spanning-Tree op Cisco-switches (PVST+ mode) moet in elk geval gedeactiveerd worden!
  • Naast het uitschakelen van proxy-ARP-mechanismen, raden we ook een bescherming tegen MAC-spoofing aan.
  • De meeste telefoons ondersteunenVLAN's. De gebruikte VLAN-ID's worden ofwel geconfigureerd in de locatieopties van de klant in het beheerportaal of moeten worden toegewezen door de lokale switchinfrastructuur met behulp van LLDP. We adviseren het LLDP-MED-protocol. Op de meeste door NFON geleverde telefoons is standaard het LLDP-MED-protocol (Link Layer Discover Protocol - Media Endpoint Devices) ingeschakeld. Dit protocol is een layer2-protocol om de interoperabiliteit van VoIP-toestellen met andere apparaten in het netwerk te ondersteunen en om bijv. hun identiteiten en capaciteiten bekend te maken en om het beheer van de lokale netwerkomgeving, met name de VLAN-segmentatie, te ondersteunen. Als u een van deze functies wilt gebruiken voor de VLAN-configuratie in het LAN van de klant, moet u de gewenste functie op de netwerkapparaten van de klant activeren. Bij gebruik van LLDP ondersteunen en gebruiken de NFON-telefoons alle VLAN-ID's die zijn geconfigureerd in de infrastructuur voor de klantenswitch (als onderdeel van LLDP) voor zowel spraak als data. Als de klant laptops of pc’s wil aansluiten op de switchpoort van de telefoons wordt al het dataverkeer van deze poort naar het data-VLAN geleid.
  • Houd er rekening mee dat Softphone-clients, WebRTC-clients, ATA's (alleen Patton SN4xxx) en DECT-systemen momenteel geen ondersteuning bieden voor VLAN-toewijzing via het portaal.
  • In dit geval is het mogelijk om een vaste VLAN-toewijzing op de switchpoort te gebruiken met een untagged  VLAN-poort.